Het is dinsdagavond en je hebt thuis een nieuwe regel ingevoerd: geen telefoons aan de eettafel. Een prima regel, vindt iedereen aan tafel die ouder is dan 40 jaar. Je dochter ziet dat anders. En dan, terwijl haar broertje nog met lange tanden zijn groente opeet en jij je toetje al afruimt, voel je jouw telefoon trillen. Werk, waarschijnlijk. Belangrijk, anders zouden ze niet bellen. Je dochter kijkt je aan met een veelbetekenende blik.
We zijn dol op regels voor anderen. De bestelbus die te hard door de woonwijk rijdt, straatafval, onsportief gedrag op het voetbalveld. Bij elk incident roepen we om handhaving en na elk schandaal klinkt in Den Haag dezelfde reflex: meer regels. Tot een regel ons eigen gedrag raakt. Dan is het ineens 'betutteling'. Regels, we hebben er een haat-liefdeverhouding mee. Helemaal als controller.
Als controller ben je overigens zelden de bedenker van de regels. Ze komen van de CFO, de accountant of de wetgever. Jij bent degene die ze mag laten naleven. Door collega's die daar vaak helemaal geen zin in hebben. Weten waar hun weerstand tegen de regels vandaan komt en hoe je die kunt wegnemen, maakt jouw leven een stuk prettiger.
Draagvlak werkt beter dan handhaving
Psychologen hebben een naam voor de weerstand van jouw dochter en collega's: reactance. Een regel die je zelf kiest, bevestigt dat jij de baas bent over je eigen leven. Een regel die je opgelegd krijgt, voelt alsof een ander jou beperkt in jouw persoonlijke vrijheid. En tegen vrijheidsberoving komen we in verzet. Soms zo fel dat we zelfs precies het tegenovergestelde gaan doen. De oplossing is daarom niet om regels af te schaffen, maar om mensen het gevoel te geven dat ze zelf achter de regel staan.
Een herkenbaar voorbeeld hiervan hebben we allemaal persoonlijk meegemaakt. Tijdens de coronaperiode volgde de Corona Gedragsunit van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) jarenlang tienduizenden Nederlanders. Wat bleek? Of mensen zich aan een gedragsregel hielden, hing niet zozeer af van de mate van handhaving. Wat wel een groot verschil maakte was de mate van begrip en draagvlak voor de maatregel. Mensen hielden afstand zolang ze het zelf logisch vonden – en geen dag langer.
Maak regels onderdeel van wie je bent
Terug naar de eettafel. Jouw telefoon trilde en jij twijfelde. Blijkbaar geldt jouw eigen regel ook voor jou als een opgelegde regel. Een regel opgelegd door de strenge versie van jezelf die hem vorige week bedacht. Zo vergaat het de meeste goede voornemens: de 'januari-ik' stelt ze op, de 'maart-ik' voelt zich betutteld.
Wil je de regels introduceren die wel werken? Koppel een regel dan aan iemands identiteit. Laat de regel iets zeggen over wie je bent. "Telefoons zijn aan tafel verboden" werkt niet, omdat het klinkt als een decreet. "Wij eten hier zonder telefoons" werkt beter, omdat het beschrijft wat voor gezin jullie willen zijn.
Dit is meer dan een taaltrucje. Het is een manier om draagvlak te organiseren. Bespreek aan tafel eerst het probleem in termen van identiteit. "Willen we een gezin zijn dat elkaar nooit aankijkt tijdens het eten, of een gezin dat geïnteresseerd is in elkaars verhalen en avonturen?" Je zult merken dat het daarna makkelijker is om samen de regel te formuleren. Een regel die je vervolgens nauwelijks hoeft te handhaven.











