Samenwerken in plaats van touwtrekken

Samenwerken in plaats van touwtrekken

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Werkgever en werknemer bij elkaar in de ondernemingsraad, zonder de WOR. Een idee dat Hans van der Steen, directeur arbeidsvoorwaarden-beleid van werkgeversorganisatie AWVN, in een debat met training & adviesbureau SBI omsmeedt tot scherpe stellingen. Een woordenwisseling die van debat verandert in een vragenhalfuurtje en uitmondt in een wens tot samenwerking.

"Met trots kan ik zeggen dat ik voor de AWVN werk. Er was een tijd dat je dat niet mocht zeggen, maar tegenwoordig kan het weer," bekende Hans van der Steen in zijn inleidende verhaal. Daarbij plaatste hij vooral nieuwe ontwikkelingen in het kader van de historische gebeurtenissen. De oprichting van de eerste OR, ‘De kern’ in 1878, waarin werkgever en werknemer waren vertegenwoordigd, verbond hij met het nieuwe streven voor meer samenwerking tussen werkgever en werknemer, in plaats van ‘getouwtrek’. Meer partnership. Zo zette hij meteen vraagtekens bij de rol van de ondernemingsraad. Een noodzakelijk kwaad die individuele belangen vertegenwoordigt, of een positieve meedenkclub die op zoek gaat naar de grotere lijn?
 
De inleiding, die verder ook veel nieuwe strategieën bevatten, bevatte veel informatie. En de drie stellingen waren pittig. Een kleine pauze tussen de inleiding en het werkelijke debat was dan ook welkom. Hoewel niet iedereen de pauze aangreep voor een gedegen voorbereiding, waren bijvoorbeeld organisatieadviseurs Frits van Heusden en Dick Karssen diep in een gesprek verwikkeld over de noodzaak van de WOR. Trainer Christel Hebly nam met een klein groepje zelfs de moeite om een en ander op te schrijven. Er was ook herkenning en erkenning bij SBI’ers. "Zo werkt het SBI al" en "Het is ook ons evangelie" waren reacties op het verhaal van Van der Steen.
 
Directeur Gert de Vries gaf de aftrap voor het debat. Er is op zich geen strakke lijn, over elke stelling mag meteen gevraagd worden/mogen meteen vraagtekens geplaatst/vragen gesteld worden. De Vries grijpt alleen in als het debat uit de hand loopt, hij wil de ruimte geven, en hoopt ook dat het uiteindelijk leidt tot een gesprek. Het half uur begint met felle tegenstand.
 
‘Bedrijfsbelang staat altijd voorop’
Vooral op de eerste stelling, "het bedrijfsbelang staat altijd voorop" is nogal wat kritiek. Trainer Jan Ekke Wigboldus, die de meeste opmerkingen en vragen plaatste in dit half uur, gaat ruw van start. Hij proeft bij Van der Steen een voorliefde van de oude situatie, voor 1979, toen de werkgever nog in de ondernemingsraad zat. "Is de OR dan een HR instrument?" Volgens Wigboldus is de ondernemingsraad er voor het goed functioneren én het behartigen van het belang van de werknemers. "Je zult daarin een balans moeten vinden."  Van der Steen vindt dat die balans er niet is: "De ondernemingsraad komt niet bij de directie met 5 punten om de productie te verbeteren. Als dat zou gebeuren, zouden de ogen uit hun hoofd schieten." Wigboldus denkt op zijn beurt dat ze hier best over willen nadenken: "Als het er dan ook maar over gaat hoe de winst van die extra productiviteit wordt verdeeld."

Trainer René van Oorschot denkt zelfs dat de bedrijfsdoelstelling bij OR’en gewoonweg niet bekend is. "Of ze zijn niet duidelijk, of ze worden afgeschermd. En dan is het bijna noodzakelijk om over fietsplannen te gaan praten. De bestuurder heeft er geen kaas van gegeten."
Van der Steen vraagt zich dan weer af of werkgevers wel kunnen weten waar ze als onderneming precies naartoe gaan.
 
‘OR trainers zijn niet gericht op partnership’
De derde stelling, "OR trainers zijn niet gericht op partnership" wordt door het SBI niet gedeeld. Van der Steen had van te voren wel aangegeven dat de stellingen expres zo scherp waren, om discussie uit te lokken, maar of het zijn bedoeling was dat de stelling werd omgedraaid is de vraag. Trainer en teammanager Henk-Peter Dijkema vindt dat de bestuurder ook moet investeren in partnership. Volgens hem ontbreekt die visie. Wigboldus vindt dat de OR niet altijd op tijd wordt betrokken in het proces. Trainer Jan Lonterman stelt: "Op het moment dat dialoog moet plaatsvinden tussen bestuurder en OR, moet de bestuurder in het denkniveau van de OR kruipen." Van der Steen trekt het boetekleed aan, maar hij zegt erbij: "Uiteindelijk zal het van twee kanten moeten komen."
 
Ondanks de bovenstaande kritiek, is het arsenaal aan gezonde vragen groot. Op "Wat bedoelt u met bedrijfsbelang?’ "Waarom heerst het beeld, dat trainers zich niet op partnership richten?" en "Hoe moet de OR veranderd worden" heeft/geeft Van der Steen niet allemaal(?) een gedetailleerd antwoord, daar moet samen naar gezocht worden. Wel vindt hij duidelijk dat er meer discussie moet komen over de noodzaak van verandering, om het welvaartsniveau op peil te houden. Het is verder opvallend dat Van der Steen het vaak eens is met de debatterende SBI’ers, vooral in het gegeven dat een precieze invulling van zijn algemene ideeën nog niet zo eenvoudig is, en dat er veel haken en ogen aan zitten.
 
‘Een echte ondernemingsraad heeft geen wet nodig’
Zo ook aan de volgende stelling "Een echte ondernemingsraad heeft geen Wet nodig." Volgens trainer Monique Kroese bestaan er geen ondernemingsraden die zonder WOR helemaal goed kunnen werken. Dat beaamt Van der Steen, maar hij vindt dat er naar gestreefd moet worden te werken zonder de Wet. Trainer Joost van Wielink zegt daarop: "Als je gaat huwen, maak je een contract. Je zal elkander het nodige kunnen verschaffen. Nu heb ik weinig echtparen gehoord, die een wetboek in huis hebben, en die, daarmee in de hand, het huwelijk gaan evalueren twee keer per jaar.” De wet is nodig, we weten dat ie er is. En als we ‘m nodig hebben, komen we er op terug.”
 
Het is een opmerking die tekenend is voor uitkomst van het debat: toenadering tussen het AVWN en het SBI. Trainer Jan Korff de Gidts benadrukt dat de dialoog op de werkvloer samenhangt met de dialoog op organisatieniveau. En collega Cor Stal komt met het idee om een project op te starten over deze problematiek. Harm de Boer valt ‘m bij. Stal: "Ik ben dan wel geen management, maar ik weet toch zeker dat ik hiervoor het groene licht ga krijgen." Gert de Vries knikt. Hij hoefde niet in te grijpen in het debat, en het debat heeft, zoals gehoopt/zoals men hoopte, uiteindelijk tot een gesprek geleid.
 
Door Paul Cuijpers

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.